Controleer uw bandenspanning
 

De meeste bandenschade wordt veroorzaakt door een verkeerde bandenspanning. De door de autoconstructeur voorgeschreven bandenspanning staat vermeld in de handleiding van de wagen en/of bijvoorbeeld op de binnenkant van de tankklep. Deze waarde verschilt evenwel afhankelijk van de belasting en de gebruiksomstandigheden.

             

De bandenspanning moet gemeten worden bij een koude band. Een verhoogde bandenspanning tijdens het rijden is volkomen normaal en mag niet gecorrigeerd worden. Bij een te lage bandenspanning gaat de band bewegen, waardoor hij te sterk opwarmt en beschadigd kan worden.

De spanning van banden op dezelfde as moet altijd identiek zijn, maar kan wel verschillen tussen voor- en achteras. De bandenspanning dient bij normaal gebruik om de vier weken en bij verhoogde belasting, bijvoorbeeld voor een lange rit (hoge snelheid, zware lading), nog eens extra gecontroleerd te worden. Vergeet daarbij het reservewiel niet. Bij het reservewiel moet de bandenspanning 0,5 bar hoger liggen dan de voorgeschreven waarde zodat hij bij pech steeds gebruiksklaar is. Een te lage bandenspanning beïnvloedt de bochten- en rechtuitstabiliteit van uw wagen aanzienlijk.

 

De ventieldopjes moeten stevig vastgeschroefd zijn zodat het ventiel beschermd is tegen stof en vuil, om zo lekken te voorkomen. Defecte ventieldopjes moeten onmiddellijk vervangen worden. Grote verschillen in bandenspanning tussen opeenvolgende controlebeurten duiden op beschadigingen die door een vakman nagekeken en gerepareerd moeten worden.

 

Bandenspanning en levensduur

 

Bandenspanning en brandstofverbruik

Copyright © Bandenspecialist Kicken